DEN HELDER - Tussen Amsterdam en Almere sta ik stil. Midden in de woestijn. Van beton en asfalt wel te verstaan. "Meer asfalt leidt tot betere doorstroming van het verkeer". Ik kijk eens om me heen maar ben niet de enige die stilstaat. Dat is nog eens geluk. Bovendien, file in je uppie is toch eigenlijk een nepfile.

Tijd genoeg om de laatste berichten uit de media op me in te laten werken. Het CBS meldt dat het aantal weidevogels dramatisch is gedaald. Ik kijk over de woestenij; als ik vogel was... Ik kijk naast me; in de verte injecteert een boer de grond met overtollige mest. Als ik insect of worm was...

Ik overdenk het nieuws van de laatste weken. De gans is een probleem, maar vossen ook. Damherten in een waterwingebied lopen letterlijk tegen onze grenzen aan. Ze waren daar nooit tot wij ze uitzetten, wat in dit verband opeens een ironisch woord wordt. We hebben last van marters en brengen ze het liefst elders. Met de auto lukt dat even niet want bij gebrek aan leefruimte kroop het beestje onder de motorkap van onze heilige koe. En nu we het daar toch over hebben een korte samenvatting van het voorafgaande: we subsidiëren melk, we subsidiëren megastallen, we subsidiëren minder fosfor en boeren die stoppen met koeien. Wie ze nog wel heeft rijdt de mest uit en injecteert die in de bodem. Ben je worm leg je het loodje, ben je insect idem en dus is de weidevogel het haasje, waarmee hij in goed gezelschap is want nesten en legers worden weggemaaid. We subsidiëren nu ook weidevogels trouwens, althans de boeren. Een natuurlijke cyclus eigenlijk, maar dan omgekeerd.

Ik zoek de regels van J.C. Bloem in De Dapperstraat:
"Natuur is voor tevredenen of legen
En dan, wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant
Een heuvel met wat villaatjes ertegen."

Met deze mooie regels: "alles is veel voor wie niet veel verwacht".

Met die honderden wachtenden om me heen voel ik me opeens een beetje alleen en leeg.