DEN HELDER - De lente is nog maar luttele uren oud, of wij voeren al de zomertijd in. Een vrolijke geest kan ons niet ontzegd worden. De hunkering naar zon en warmte is onweerstaanbaar. Bovendien, aan de andere kant is de herfst maar liefst vijf weken oud als we ons lieve lijf weer de wintertijd in slepen. Psychologen halen de krant met beschouwingen over de risico's van al dat gewissel met de tijd. Ook de dierenwereld raakt van slag, althans het klokkijkende deel. De rest bouwt nestjes en gaat achter de vrouwtjes aan. Nogal wat mensenmannetjes trouwens ook. De krant valt op de rotsen. Geen tijd om te lezen. Druk, druk, druk.

Het is weer donker als de wekker gaat. "Aankleden en hardlopen", maant mij de ene hersenhelft. "Dat dacht ik dus niet", zegt een stemmetje dat vooral luistert naar het bioritmische gebeuren in mij. Doorgaans duurt het twee weken vooraleer die twee weer een beetje on speaking terms zijn. Daarna begint hun strijd over het naar bed gaan. De eerste zegt dat het mooi geweest is voor de dag. De ander kijkt om zich heen en wijst er op het nog volop dag IS. "Pluk de dag!", zegt 'ie om tien uur 's avonds.

Zomertijd schijnt energie te sparen. Maar in mijn microkosmos gaat er heel wat energie verloren doordat ik in gesprek moet met mezelf, zeg maar. De natuur intussen fluit achteloos al die zwarigheden weg. Niet zo snel als mensen laat die zich van de wijs brengen. Wat we ook draaien aan de klok. Eigenlijk zouden we kunnen volstaan alleen maar te genieten. Hunkeren hoeven we slechts naar de lichtheid van het bestaan. Dan wordt de tijd vanzelf eindeloos.