DEN HELDER - Geen groter plezier, volgens mij, dan iets te ondernemen met jonge mensen. Natuurlijk kun je als ouders van puberende kinderen momenten hebben dat je ze een royaal plekje achter het behang gunt. Toch ben jij de eerste om ze er in al hun glorie weer weg te plukken. Dat voelen ze en daar maken ze licht ongepolijst gebruik van. Kunnen ze niets aan doen. Het zijn de hersenen die zich wat onevenwichtig ontwikkelen. Dat toonden onderzoekers, dus geen pubers, afgelopen week aan. Als die jaren vervlogen en zij uitgevlogen zijn denk je er met weemoed aan terug.

En aan dit: ik mag op een school met peuters een verhaaltje voorlezen. De auteur spot met alle regels van de aërodynamica, zwaartekracht en maatvoering: een jonge walvis spoelt aan op strand, wordt door Boy in zijn karretje naar huis gebracht en in bad gestopt. Het kinderbrein neemt het net zo onbevangen aan als Zwarte Piet en Sinterklaas zodat ook ik ga denken 'tja, waarom ook niet?'.

Naast mij zit een klein meisje wier kroeshaartjes in twee eigenwijze bolletjes zijn gevat. Geboeid volgen haar donkere oogjes de bewegingen van Boy en zijn walvisje. Welhaast ademloos bootst ze de katjes na die hem op zijn reis vergezellen. Haar wijsvingertje glijdt over het water als vader en Boy het walvisje weer de zee in roeien. Van boze ontevredenheid heeft zij gelukkig nog geen weet.

"En nu moet ik plassen", zegt ze, als ik bij gebrek aan de olifant met een lange snuit zacht een spuitende walvis nadoe.