DEN HELDER - De gemeente Den Helder heeft ook in de ogen van het Gerechtshof, goed gehandeld in het geschil met hotel Den Helder. In navolging van de rechtbank Alkmaar, de Raad van State en de civiele rechter van de rechtbank Noord-Holland, heeft het Gerechtshof op dinsdag 21 november 2017 de gemeente in het gelijk gesteld.

Het geschil had te maken met besluiten rond de brandveiligheid van het hotel. Volgens de gemeente mocht zij het hotel (tijdelijk) sluiten en nadien onder voorwaarden gedogen dat het hotel weer open ging.

Voorgeschiedenis

Hotel Den Helder heeft eind 2008 een bouwvergunning van de gemeente gekregen voor het overdekken van het atrium. Daarin waren onder meer bepaalde brandveiligheidseisen opgenomen waaraan het hotel moest voldoen. Na de bouw van het atrium bleek dat niet helemaal het geval te zijn. Zo was de vereiste rook- en warmteafvoerinstallatie niet officieel gecertificeerd. Zo’n installatie moet bij een eventuele brand de ramen/luiken in het atrium automatisch openen, zodat rook en warmte kan ontsnappen. Daardoor kunnen de mensen in de hotelkamers veilig vluchten bij brand. Ook waren noodzakelijke bouwkundige aanpassingen in het gebouw nog niet uitgevoerd waardoor het voor het college niet duidelijk was of het hotel wel voldoende brandveilig was. Omdat de eigenaar dat lange tijd niet kon aantonen, heeft de gemeente hem een last onder dwangsom en bestuursdwang opgelegd en heeft de situatie begin 2011 zelfs geleid tot tijdelijke sluiting van het hotel. De noodmaatregelen die de eigenaar na verloop van tijd trof, maakten dat het college enige tijd de situatie bij het hotel heeft gedoogd, in afwachting van documenten die aantonen dat er sprake is van voldoende brandveiligheid. In augustus 2011 waren uiteindelijk alle vereiste maatregelen uitgevoerd en kon aan de hand van documenten worden aangetoond dat het hotel nu ook met de geplaatste installatie voldoende brandveilig was. Daarmee werd de strijdige situatie opgeheven.

Beroep bij rechtbank Alkmaar en Raad van State

De hoteleigenaar heeft in eerste instantie beroep ingesteld bij de rechtbank Alkmaar. Omdat de hoteleigenaar zich niet kon verenigen met de uitspraak van de rechtbank is hij in hoger beroep gegaan bij de Raad van State. Zij heeft dit hoger beroep afgewezen. Na deze bestuursrechtelijke procedure heeft de hoteleigenaar besloten de gemeente te dagvaarden in een civielrechtelijk proces, omdat hij van oordeel was dat de gemeente met de sluiting van het hotel en het nadien onder voorwaarden gedogen van de openstelling van het hotel onrechtmatig had gehandeld. Ook verzocht hij de civiele rechter van de rechtbank Alkmaar de gemeente te veroordelen tot het vergoeden van de door het hotel geleden schade. Deze rechter heeft op 24 september 2015 uitspraak gedaan en de vorderingen van Hotel Den Helder afgewezen. Tegen dit vonnis is de hoteleigenaar in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof te Amsterdam. Het gerechtshof heeft op 21 november 2017 uitspraak gedaan.

Uitspraak Gerechtshof

Het Gerechtshof heeft het vonnis van de civiele Rechtbank Noord-Holland waarin zij heeft geconcludeerd dat niet is komen vast te staan dat de gemeente bij de tenuitvoerlegging van de last onder bestuursdwang door sluiting van het hotel, onrechtmatig jegens het hotel heeft gehandeld, bekrachtigd. Het Hof heeft daarom de vorderingen afgewezen en het hotel veroordeelt in de proceskosten. Zij heeft hiervoor onder andere het volgende overwogen:

  • Gelet op de uitspraak van de Raad van State en de Rechtbank heeft de gemeente terecht mogen uitgaan van certificering van de RWA-installatie;
  • Uit de door Hotel Den Helder overlegde rapporten waaruit de brandveiligheid moest blijken blijkt niet dat de RWA-installatie op het moment van sluiting van het hotel voldeed aan de gestelde normen in verband met veilig vluchten;
  • Op basis van deze rapporten heeft het Hof heeft geen behoefte aan een nadere toelichting;
  • Vast staat dat er op 4 januari 2011 een concreet vluchtveiligheidsprobleem was dat niet voorzienbaar binnen afzienbare termijn zou worden opgelost en dat werd bestreden door de last onder dwangsom.

In reactie op het vonnis van het Gerechtshof kan de hoteleigenaar nog in cassatie gaan.