NOORD-HOLLAND - Provincie, gemeenten en regionale uitvoeringsorganisaties willen er samen voor zorgen dat de invoering van de Omgevingswet in het voorjaar van 2019 een succes wordt. Op 19 januari gingen verschillende partijen in de provincie Noord-Holland tijdens een werkconferentie in gesprek over de gedragskant van de wet.

Tijdens de bijeenkomst in het AFAS stadion in Alkmaar zochten zij naar de kansen en mogelijkheden voor het (samen)werken met de nieuwe Omgevingswet.

De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. En regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling met minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Kernpunten van de Omgevingswet zijn het integraal benaderen van de leefomgeving, bestuurlijke afwegingsruimte en flexibiliteit. Dat vraagt een wezenlijk andere rol van de overheid en van burgers.

Voor wie doen we het eigenlijk en wat hebben we daarvoor nodig? Het gaat erom voelsprieten te creëren, zo bleek uit de gedeelde ervaringen. De deelnemers deelden hun ervaringen met projecten waarbij belanghebbenden succesvol in een vroeg stadium werden betrokken. Dit leidde tot breed gedragen oplossingen. Onder meer de Vereniging Nederlandse Gemeenten en Rijkswaterstaat lichtten toe hoe zij omvangrijke veranderingstrajecten tot een succes maken. Het Sociaal Cultureel Planbureau schreef als input voor de Nationale Omgevingsagenda (2016) en voor de Nationale Omgevingsvisie (2018) het essay ‘Niet buiten de burger rekenen’. Daarin merkt het SCP op dat een grotere rol voor burgers niet vanzelf van de grond komt, maar dat de overheid drie randvoorwaarden moet garanderen: hoge kwaliteit van communicatie, goede antennes van overheden en oog voor de reikwijdte c.q. grenzen van participatie.