Toen koning Willem I het plan van Napoleon oppakte om van Den Helder een marinewerf te maken, kwam er meer mee dan werk alleen. Een garnizoensplaats trekt vermaak aan, en de geschiedenis daarvan is uitvoerig gedocumenteerd. Lisette Blokker van het Regionaal Archief Alkmaar vertelde er eerder over in het NPO Radio 1-programma Dijkstra en Evenblij ter plekke. Opvallend genoeg speelt een groot deel van die geschiedenis zich af in dezelfde straat.

Registratie en verplichte keuring

Den Helder had al vroeg een reglement dat prostituees verplichtte zich te laten registreren en medisch te laten keuren. De aanleiding was geen zedelijkheid maar volksgezondheid: volgens het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 1832 brachten zeelieden uit Amsterdam de syfilis mee naar de stad, en een zieke bemanning was een onbruikbare bemanning.

In het havenkwartier zaten in die jaren veel speelhuizen — bordelen met livemuziek, naar Amsterdams voorbeeld. De reglementering werd in 1856 ingevoerd. Uit archiefonderzoek blijkt dat bordeelhouders uit Leiden, Haarlem en Den Helder onderling vrouwen uitwisselden.

Van Zeemanshuis naar bezetter

Tegen het einde van de eeuw groeide het verzet. De Middernachtzending, die mannen van bordeelbezoek probeerde af te houden, stichtte in 1910 het Zeemanshuis aan de Weststraat 84 — een plek voor ‘gezond’ vertier. Een bordeelverbod gold toen al.

Dat verbod hield stand tot de bezetting. In 1943 vestigde de Duitse Wehrmacht een officieel bordeel aan diezelfde Weststraat, waar soldaten met een vrijkaart naar binnen konden. Na de oorlog werd Den Helder de enige officiële Rijkswerf van de marine.

1990: opnieuw de Weststraat

De relatie tussen marine en branche kreeg in de twintigste eeuw nog een wending. In augustus 1990 kreeg een luitenant van de marine een vergunning om aan de Weststraat een bordeel te exploiteren — aanvankelijk zogenaamd alleen voor de vastgoedkant, maar zijn betrokkenheid bleek groter.

In september 1991 belde de politie van Den Helder de Stichting tegen Vrouwenhandel. Agenten hadden een aantal Thaise vrouwen geholpen te ontsnappen uit een pand aan de Weststraat. Ze waren op basis van valse contracten naar Europa gereisd en zaten opgesloten; een van hen sprong uit een raam op het dak van een politieauto.

En nu: geen ramen, twee panden, niet vanuit huis

Anderhalve eeuw regelgeving later is de gemeente onverbiddelijk. De plaatselijke verordening van 2021 verbiedt in artikel 3:4 elk seksbedrijf zonder vergunning. Artikel 3:5 sluit raamprostitutie volledig uit en begrenst de rest tot hooguit twee inrichtingen. En artikel 3:7 bepaalt dat een escortbedrijf niet vanuit een woning mag worden gevoerd zonder huisvestingsvergunning. Wie precies wil weten wat de gemeente toestaat, vindt dat in hoofdstuk 3.

Daarmee is Den Helder strenger dan Amsterdam, Alkmaar of Hoorn. Daar staat over iemand die alleen vanuit de eigen woning werkt niets in de verordening — geen uitzondering, maar ook geen verbod. Den Helder sluit die route wel, en doet dat via de huisvestingswetgeving.

Het ongemak verplaatst zich, het verdwijnt niet

Wat twee eeuwen Weststraat vooral laat zien, is dat regulering het aanbod verplaatst in plaats van opheft. Van speelhuis naar vergund pand, van vergund pand naar een advertentie. Platforms als Quickie.nu en Kinky vullen de ruimte die de verordening dichttimmert, en een overzicht van Nederlandse platforms laat zien hoeveel partijen er inmiddels actief zijn.

Twee eeuwen lang wist Den Helder precies waar het zat. In 1856 stond het in een register. In 1910 kreeg het een tegenhanger op nummer 84. In 1990 hoorde er een dossiernummer bij. De verordening van 2021 is strenger dan al die voorgangers — en tegelijk is het de eerste keer dat de gemeente niet meer kan aanwijzen waarover ze het heeft.